| baanderheer | een edele die het recht had zijn welgeboren mannen onder zijn banier ten strijde te voeren |
| baljuw | ambtenaar, door de landsheer met de rechtspraak in een zekere streek belast; rechter in het algemeen. In heerlijkheden met hoger, middelbaar en lager gerecht was een baljuw de rechtstreekse vertegenwoordiger van de heer |
| baljuwschap | ambt van een baljuw, rechtsgebied van een baljuw verdeeld in schoutambten, bevolking in het rechtsgebied van de baljuw |
| balt, de balt legghen te terne | een gerechtelijke handeling |
| ban | rechtsgebied, rechtsdistrict, ambacht |
| banal | banaal |
| banaliteit | dwangherenrecht |
| banc | bank, rechtsgebied, rechtbank, dingbank, vierschaar, schepenbank |
| banmolen | molen, toebehorend aan de heer, waar men verplicht moest laten malen |
| bannus | (huwelijks-) afkondiging |
| baptisabatur | hij is gedoopt |
| baptizatus | gedoopt |
| baptisatus est | hij is gedoopt |
| baptisata est | zij is gedoopt |
| baptisavi | ik heb gedoopt |
| baptismate necessitatis | door de nooddoop |
| baptismum | doopsel |
| baptismum necessitatis | nooddoop |
| barbitonsor | kapper |
| baro | vrijheer |
| beckenele | helm bestaande uit ijzeren of stalen kapje en een beweegbaar vizier |
| bede | eertijds een aanvraag van de landsheer tot het opbrengen van een geldsom |
| beestsys = bestiaelgelt | een buitengewone belasting op het vee |
| beggina | begijn |
| benedictio | (huwelijks) inzegening |
| beneficatus, beneficiarius | priester die de inkomsten van een beneficie geniet; beneficiant |
| beneficium abstinendi | het recht der kinderen om de erfenis van hun vader te weigeren |
| beneficium inventarii | voorrecht van boedelbeschrijving; hij, die een erfenis onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt, is voor de schulden slechts aansprakelijk, voor zover zij uit de baten betaald kunnen worden |
| benevole lector | welwillende lezer |
| bevolkingsregister | register waarin de bewoners van een gemeente, met naam en adres, opgetekend zijn |
| bevrijt worden | door de gilde toegelaten worden om vrijelijk een ambacht uit te oefenen |
| bidprentje | doodsprentje, doodsantje |
| biduo | op de tweede dag |
| biennalis, biennis | twee jaar oud |
| bigamus | twee maal gehuwd geweest |
| bilevinge | levenslang vruchtgebruik en levensonderhoud |
| binnenkosten | waren belastingen, nodig om de onkosten van de gemeentebesturen te dekken; eens per jaar mocht de omstelling van de binnenkosten gedaan worden |
| bladinghe | vruchtgebruik |
| B.M.V. = beatae mariae virginis |
van de H. Maagd Maria |
| bodescep | boodschap |
| bona | goederen |
| bona hereditaria | erfgoederen |
| bona materna | goederen van moederszijde |
| bona minorum | goederen die aan minderjarigen behoren |
| boves | ossen |
| braak | omgeploegd land dat men onbebouwd laat liggen |
| braakliggend | braakliggend gedurende een jaargetijde |
| braakvruchten | waarschijnlijk kleine tienvruchten |
| branche ainée | oudere linie, oudere tak |
| braxator | bierbrouwer |
| bruidje | bedoeld is een communicantje wier tooisel geleek op dit van een bruid |
| buitenijen | het terrein buiten de stadsmuur, dat tot het stedelijk rechtsgebied behoorde |
| burgerlijke begrafenis | begrafenis zonder kerkelijke plechtigheden |
| burgerlijk huwelijk | zonder godsdienstplechtigheden huwen |
| burgerrecht | recht uit het burgerschap voortvloeiend |
Copyright © 1996 - 2022 Colani. All Rights Reserved.
info@familiestamboomonderzoek.nl * Privacy Policy * Disclaimer * Cookies * Algemene Voorwaarden
Template Design: Colani Internet Media * Background Image: Tjerry's Daisies * Design by: Tjerry van Erp
Template Created: Jan 2014 - Last Update - Nov 2017